“Ik ben een geluksvogel”

(interview met Tijs Huisman, 22 jaar directeur van Muziekschool Oost-Gelderland)

 

Tijs, hoe was het om hier 22 jaar geleden te komen?

Ik trof een goede, degelijke en ook wel wat traditionele muziekschool aan. Met het accent op de klassieke muziek, met een stevige afdeling AMV, met een beginnende afdeling Lichte Muziek en met een ouderwets ingerichte administratie; er waren nog geen computers bijvoorbeeld. De school had veel  kwaliteit in huis, maar het werd ook tijd voor wat nieuws. Ik had dus een goede vertrekbasis. Het was niet zo dat er van alles mis was, integendeel, wat er was, dat was goed, dat had kwaliteit, er werkten gedreven mensen. Dat betekende dat je op een hele positieve manier kon gaan werken aan nieuwe dingen, aan verbreding aan verandering, toevoeging, dat soort dingen.  

 

Had je vooraf een plan bedacht waar je met de school naar toe zou willen?

Ik heb de eerste tijd zoveel mogelijk geprobeerd te kijken wat er is en omdat ik op meerdere plekken heb gewerkt, had ik ook een goed beeld van de sector; wat is er elders in het land, wat is de moeite waard? Daar begint dan ook een beetje je eigen voorkeur, je eigen visie een rol te spelen. En wat zijn de mogelijkheden om dat hier te realiseren? We hebben dat eigenlijk steeds, vanaf het allereerste begin, gedaan in 4-jarige beleidsplannen. Ik heb steeds gewerkt aan de hand van een plan dat bijna altijd werd gemaakt in samenspel met collega’s, docenten, administratie en staf. Altijd vanaf het allereerste begin geprobeerd de mensen niet alleen erbij te betrekken, maar ook verantwoordelijk te maken voor hun aandeel in het werk en zo hebben we dat al die jaren systematisch en structureel gedaan, aan de hand van plannen.    

 

Er is veel veranderd onder jouw leiding. Kun je hier wat over vertellen?

Ik denk dat er een aantal veranderingen is die heel kenmerkend zijn. In willekeurige volgorde, de verbreding van het vakkenpakket bijvoorbeeld, Lichte Muziek is in verhouding erg belangrijk geworden. Het grappige is, dat in het allereerste begin de mensen van de Lichte Muziek een beetje bekeken werden door de ’klassieke’ collega’s:  ‘t is wel leuk maar als je echte muziek wilt maken, dan kies je voor Klassiek. Maar na 22 jaar is dat soms omgedraaid, de Lichte Muziek-mensen kijken naar de Klassieken en denken: goede ambachtslieden, maar ze spelen natuurlijk alleen maar wat op papier staat,  eigen inbreng, is er weinig. Een omslag in denken. Dus  de Lichte Muziek is een belangrijke verandering. Heel belangrijk is ook de verbreding van doelgroepen. We hebben echt geprobeerd een school te worden voor kinderen van 0 tot 12, voor jongeren én voor volwassenen. Eg belangrijk!  En een derde belangrijke verandering die ik zonder meer wil noemen is de ontwikkeling van de AMV, vroeger  een vooropleiding voordat je uiteindelijk een instrument mocht gaan spelen voor een selecte groep leerlingen, die door pa en ma op AMV werd gedaan. Die AMV is nu naar de basisscholen gebracht, waar we 100% van de kinderen bereiken en niet een al enigszins uitgeselecteerd groepje. Dus wat er gebeurd is : we hebben een school gemaakt in piramidevorm. Een school met een hele brede basis, met een goed middensegment van lesaanbod voor iedereen die graag muziek wil maken, maar ook met een smalle top voor de echte talenten. En dat is het vierde aspect dat ik kan noemen, de vooropleiding voor het conservatorium, zeg maar de talentenopleiding. Dus van die brede basis tot aan de smalle top, dat is eigenlijk wat er is gebeurd in de loop der jaren. Daaraan  zijn steeds weer nieuwe bouwsteentjes  toegevoegd. En dat is met z’n allen nog aardig gelukt ook.

 

Waar ben je nou het meest trots op?

Trots op de hele piramide. Want mijn ideaal was altijd tweeledig. Muziek is voor iedereen. Iedereen moet daar gebruik van kunnen maken. Vandaar dus die brede basis van muziek op schoot, kleuters, kinderen, jongeren en volwassenen. Maar muziek is ook een vak waar je iets voor moet  doen. Wat inzet vraagt, wat je moet willen leren en waarbij om echt ver  te komen, ook  talent nodig is. En dat je dit alles in dat ene instituut hebt kunnen realiseren, dus niet alleen  een brede basis  en verder niks;. ook niet alleen een elitaire school voor rijke kinderen die hele dure lessen kunnen betalen. Nee, dat we die hele piramide hebben kunnen maken. Dat vind ik mooi.

 

Hoe kijk je op deze periode terug?

Ik ben een geluksvogel. Ik heb kunnen werken aan een instituut, nogmaals, dat een fantastisch vertrekpunt was. Kunst en cultuur waren toen ik kwam erg belangrijk voor de Achterhoek, voor de regio, er was ruimte en geld voor nieuwe dingen. Er was een team dat ook wilde. Er moest natuurlijk soms wel wat geduwd en getrokken worden. Soms zeiden ze, is dit nu wel zo’n goed idee? Gaat het niet te ver, te snel?  Maar, er kon heel veel, men wilde heel veel.

En we kregen heel veel ruimte ook van de besturen die we in de loop van tijden hebben gehad, later Raden van Toezicht en van de gemeenten. Dus, ik ben een echte geluksvogel:  er waren mogelijkheden, er waren ideeën, er waren bevlogen mensen en er was ruimte en energie en geld om van alles  te doen. En ik mocht dat allemaal aansturen.

Waar ik ook trots op ben, is meer  bestuurlijk van aard, de fusie met de twee andere scholen in 2008.. Dat was op een heel andere manier, niet inhoudelijk, maar vanuit een managers oogpunt, vanuit een bestuurlijk oogpunt,  ook ontzettend leuk om te doen,  een fusie  leiden. Dus ik heb gewerkt aan verbreding van doelgroepen, ik heb vakken naar de basisschool mogen brengen, ik heb het Bureau Cultuur & School mogen oprichten, ik heb de Lichte Muziekafdeling mogen laten groeien en bloeien, ik heb mogen meewerken aan een meer open uitstraling van de school, met fantastische uitvoeringen in Amphion, de eindmanifestaties. Ik heb een fusie mogen trekken.

Ik ben een geluksvogel. Het kon allemaal.

 

Zijn er nou ook nog dingen die je had willen realiseren, maar die niet gelukt zijn?

Natuurlijk! Ook dingen zijn niet gelukt. Wat me nu als eerste te binnen schiet,  is het dossier: huisvesting. Dat kan ik echt wel  een ‘dossier’ noemen, want daar is nogal wat in gebeurd. In de eerste jaren  ging dat vrij voorspoedig. Toen hebben we hier intern een verbouwing gedaan. De balletafdeling die we hadden afgestoten,  gaf de ruimte om de balletstudio om te bouwen tot een popoefenruimte en mini concertzaal. We hebben een hart in de school gemaakt met een bar en een foyer-achtige ruimte, met huiswerkplekken voor regioleerlingen; niet meer alleen een lange gang met links en rechts leskamers.  Want dat was het: alleen een gang met links en rechts  muziekwinkeltjes. Op zich prima maar ook een recept voor een versnipperde organisatie, allemaal eigen kleine ‘koninkrijkjes’. Het zat nog allemaal potdicht ook, dubbele deuren, niemand kon naar binnen kijken. Dus ook wel een heel gesloten school. En dat is het eigenlijk nog steeds. Het is  niet gelukt om die verbouwing echt ingrijpend door te zetten, open,  overal glazen deuren. Ik zou de verbouwing in 2005, toen we prachtige uitbreidingsplannen hadden richting het park graag gerealiseerd hebben. Helaas is daar door de gemeente Doetinchem een stokje voor gestoken. Dat is dus niet gelukt. Ook die andere huisvestingsplannen: het fantastische idee om naar de Baptistenkerk te gaan, - ook een gouden plan -  ook dat is niet gelukt. Wat overblijft is de derde trap: de aankoop van dit pand. Tot nog toe ook nog niet gelukt, maar dat is nog geen gelopen race. Dat zou nog zomaar kunnen lukken. Mijn opvolger?

Maar goed, huisvesting daar had ik  wel meer dingen in willen doen.

 

Wat vond je in al die jaren nou het leukst om te doen?

Ik bewaar hele goede herinneringen aan  de eindmanifestaties. Ik vond het ongelofelijk leuk om die AMV diploma’s te mogen uitreiken. Daar probeer ik voor de kinderen echt een feestje van te maken. En zo moeilijk was dat niet, want de AMV afdeling dat zijn al kanjers, die kunnen hun eigen feestje wel verzinnen. En ik mocht daar dan een beetje aan bijdragen.

En ik vond het Jeugdorkestenfestival voor de Harmonie en Fanfare orkesten  ontzettend leuk.

Eigenlijk is het de combinatie van dingen die het leuk maakte. Deze school had een bepaalde grootte, waarbij je je - zeker de eerste 15 jaar -  je kon bemoeien met de organisatie, de beleidsontwikkeling én met de inhoud van het werk.  Juist die  combi is ontzettend leuk voor iemand die naast een muziekopleiding, ook enige bestuurlijke ervaring heeft opgebouwd en een redelijk zakelijk inzicht heeft weten te verwerven. Juist die combi dus.  Als de organisatie te groot wordt, ben je op een gegeven moment alleen nog maar iemand die op kantoor zit,  naar rapporten kijkt en naar vergaderingen gaat. En ik moet eerlijk zeggen: de laatste 5 jaar was dat wel een beetje aan de hand met al die bezuinigingen, veranderingen, steeds maar die onderhandelingen met de gemeenten. Nee, de combinatie van werkzaamheden, die eerste 15 jaar, dat vond ik  het leukst. Dat had dus alles met de schaalgrootte van de organisatie te maken. Ja, en dat het allemaal meezat - tot 2011 zat het echt mee -  dat mogen we vooral niet vergeten. We waren een hartstikke goede muziekschool. Maar zeker ook mede dankzij de medewerking van de  gemeenten. Het kon allemaal.

Maar vanaf 2011 ging echt het mes er in, in het hele land, maar ook hier. Toen werd het wel een ander soort  baan en was het alle hands aan dek om het schip drijvende te houden, om te overleven. Alternatieven, ondernemender worden, zakelijker.  Ook wel weer leuk om te doen. Een  uitdaging – wat een enorm cliché - , maar eigenlijk was het dat wel. Ik had wel zo iets van, ‘eens kijken of ik dit ook kan’. En alweer, ik heb altijd geprobeerd mensen om mij heen te verzamelen die wilden  meewerken, er energie in wilden steken.

Dus lag het accent de eerste jaren vooral op inhoudelijk beleid,  later werd de zakelijke, financiële  en organisatorische  kant belangrijk. Gelukkig hadden we Hans te Boekhorst als controller/administrateur, echt onmisbaar. En inmiddels hadden we een hele goede organisatiestructuur - coördinatoren en een  fantastische adjunct-directeur -  waardoor ik het me ook kon permitteren mij tot het bestuurlijke en organisatorische te beperken. Maar ik vond het ook wel jammer als het alleen nog maar daar over ging. Dat kon niet anders, maar het bleef jammer. Daarom ben ik me ook altijd met de talentenopleiding blijven bemoeien. Dat ben ik blijven doen, ook in de tijd dat ik er eigenlijk te weinig tijd voor had. Ik heb dat ook wel gehoord van collega’s: ‘Hou ook  iets van die inhoud van het werk vast, want anders raak je je wortels kwijt’. Dat heb ik altijd geprobeerd. 

Want uiteindelijk ging het altijd weer om ‘Mensen Muziek Leren Maken’. Het mooiste vak wat er is.    

 

Wat zul je het meest missen?

Ik denk dat ik de pareltjes zal missen, en dat zijn dan soms hele kleine dingen. Ik vond zoals ik al zei die AMV diploma-uitreikingen hartstikke leuk, ik vond de uitvoeringen van de Lichte Muziek, fantastisch,  vooral die kleine concerten  in dat zaaltje hier, met hooguit 50 man publiek en 4, 5, 6 en soms 10 verschillende bandjes, de zangeresjes met die eeuwige flesjes water (altijd net hun stem kwijt), De vele  bijzondere projecten die wij hebben gehad. Je ziet zoveel plezier, gedrevenheid en trots bij leerlingen en ouders, soms ook oprechte teleurstelling als het een keertje mis gaat, want het gaat natuurlijk ook wel eens een keertje mis. Dat alles zal ik missen. Maar tegelijkertijd valt dat eigenlijk nog wel mee, want ik reken erop dat ik nog wel uitnodigingen krijg voor bijvoorbeeld een kerstconcert, een eindmanifestatie of zo. Maar natuurlijk kom ik dan terug om daar naar te luisteren. Want dat blijft prachtig.

 

Wat betekent muziek voor jou?

Misschien een beetje zwaar:  Muziek is de kortste weg naar geluk. Dat zei ik bij mijn afscheid en daar geloof ik oprecht in. Als ik zie wat muziek voor mensen betekent bij alle facetten van het leven. Het is entertainment, het is Kunst met een grote ‘K’, het is hobby, het is soms business in de muziekindustrie wordt soms aantal mensenongelofelijk veel geld in verdiend. Muziek is dé uitingsvorm van mensen bij alle aangelegenheden van het leven. Als ze feest vieren is er muziek. Als ze verdriet hebben draaien ze muziek. Bij verjaardagen, bij het werk, bij feesten, begrafenissen: altijd is er muziek. Het  is eigenlijk een primaire levensbehoefte.  En als je eraan mag meewerken mensen die taal, want het is een taal, te leren gebruiken, dan is dat geweldig. Ik ben zelf niet  een buitengewoon getalenteerd musicus, ik was een gewone muzikant in die zin van, een goede ambachtsman. En ik ontdekte al snel dat ik een betere directeur dan musicus was. Dus daar heb ik voor gekozen. Maar ik ga zeker ook weer muziek maken. Want ook voor mij is het iets wezenlijks. Muziek maken, lekker voor mijzelf, eigen smaak, eigen dingen. Dat ga ik weer doen. Als ik muzikaal iets zou kunnen over doen, dan zou ik meer gaan zingen. Eigenlijk is dat is ook een hele grote verandering in de afgelopen 20 jaar.  Vroeger stonden mensen echt te zweten op het podium als ze muziek moesten maken. En nu klimmen al die jonge mensen op het podium alsof ze er thuis horen, ze durven allemaal te zingen. Een hele grote verandering. Ze zijn extraverter geworden, durven meer. Echt geweldig.  

 

Wat ga je doen na je pensioen?

Zeker weer muziek maken dus. Weer gitaar spelen. Ik ga een nieuwe aanschaffen en  lekker voor mezelf en met vrienden weer muziek maken. En ik wil gaan zingen in een koor. Verder heb ik veel hobby’s en ik wil graag nog wat op bestuurlijk vlak doen, voor een of andere organisatie, liefst in de sector kunst  & cultuur.

 

Wat betekent de muziekschool voor jou en hoe zie jij de muziekschool over 10 jaar?

Ik vind de muziekschool een plek waar heel veel hele goede dingen samenkomen: talent, plezier, gedrevenheid.  Enthousiaste mensen; kinderen die komen  voor hun plezier. Bij welke onderwijsvorm is dat zo vanzelfsprekend? Dus de  muziekschool is een plek waar heel veel talent samenkomt, nu ook weer met dans sinds de dansschool Bertha Huls is toegevoegd. Wel bijzonder: 18 jaar geleden hebben we de dans eruit gedaan en nu weer toegevoegd. Enthousiasme en betrokkenheid zie ik ook bij docenten en medewerkers. Het is een kunst om dat de komende tijd zo te houden. De muziekschoolwereld staat behoorlijk onder druk. Het is een mooi huis, het is goed gebouwd, dat mogen we wel zeggen. Maar er wordt flink aan de deur gerammeld.

De komende jaren zal er dan ook zeker veel veranderen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat de muziekschool dat kan overleven.  En dan heb ik het niet over wel of geen fusie, voortbestaan als zelfstandig instituut, als organisatie, dat is allemaal niet waar het uiteindelijk om gaat. Maar het verschijnsel ‘muziekschool’: een plek waar mensen muziek kunnen leren maken. Daar blijft  ongelofelijk veel behoefte aan. Volgens mij is dat niet over, niet ouderwets, niet voorbij. Het wordt misschien moeilijk maar het is absoluut de moeite waard.

 

Ik heb het bij mijn afscheid gezegd, ik zeg het nu weer: ik vond het een voorrecht hier te mogen werken. Vanwege al die mogelijkheden die er waren, vanwege die bundeling van talent en vanwege die ruimte die de politiek,  de besturen en de raad van toezicht de school en mij zelf steeds  hebben geboden. Ik ben er ongelofelijk trots op,  ik ben er ook ontzettend blij mee.

Ik ben een geluksvogel.

 

Ter gelegenheid van zijn pensioen was er op 12 juni jl. een feestelijke afscheidsbijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst werd Tijs Huisman onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Tijs is per 1 juni jl. gestopt als directeur van de Muziekschool.

 

Nujij.nl